Impact


impact

“Maar wat kun je daar dan mee?”. De typische vraag die je als jonge promovendus krijgt als je op een verjaardagsfeestje vertelt wat je doet voor de kost. Ik wist nooit zo goed raad met deze vraag. Tegelijk vond ik het persoonlijk wel een terechte vraag. Niet omdat ik zou vinden dat van wetenschappelijk onderzoek het nut altijd direct duidelijk moet zijn – verre van dat. Maar mijn eigen onderzoek stond in de context van een levensgroot probleem van West-Afrikaanse boeren, en ik zag niet hoe mijn onderzoek zou gaan bijdragen aan de oplossing van dat praktische probleem. Terugkijkend is dit trouwens één van de ervaringen uit mijn loopbaan die ervoor hebben gezorgd dat ik doe wat ik doe: het bevorderen van de impact van wetenschap. Maar dat terzijde.

Nu, twintig jaar later, heb ik de indruk dat het tij behoorlijk gekeerd is. Maatschappelijke en economische impact zijn een belangrijke voorwaarde geworden in de meeste onderzoekssubsidies. In een toenemend aantal regelingen is een deel van het onderzoeksbudget zelfs bedoeld voor kennisbenutting en ondernemerschap. Ook is er steeds meer aandacht voor het meten en in beeld brengen van de impact van wetenschap. Dit laatste is in mijn ogen een goede ontwikkeling, omdat het onderzoeksfinanciers, de onderzoekers zelf en betrokken maatschappelijke stakeholders inzicht geeft in de effecten van hun onderzoek – soms zelfs voor het eerst. Onderzoekers zien trouwens zelf ook graag dat hun onderzoek impact heeft en de inzichten uit een impactmeting kunnen daarbij helpen.

Maatschappelijke en economische impact zijn een belangrijke voorwaarde geworden in de meeste onderzoekssubsidies

Dat een impactmeting nieuwe inzichten op kan leveren heb ik afgelopen jaar zelf aan den lijve ervaren. Ik heb toen zelf een studie uitgevoerd naar de impact van Better Plants for Demands, een publiek-privaat onderzoeksprogramma op het gebied van plantenveredeling. Omdat ik als programmamanager verbonden ben aan dit onderzoek was ik al goed bekend met de projecten. Toch leverde de studie ook voor mij nog meerdere verrassingen op, waaronder het hoge aantal wetenschappelijke publicaties, meerdere octrooiaanvragen, en één spin off die in voorbereiding is.

Ook voor de betrokken onderzoekers zelf bleek het een eye opener om te zien wat hun werk betekende voor de deelnemende bedrijven. Zo heeft één groot project ervoor gezorgd dat moderne DNA-technologie bruikbaar werd voor bedrijven die daar tot voor kort weinig tot niets mee konden. Die bedrijven hebben nu allemaal moleculair biologen en bioinformatici in dienst genomen die de veredeling op belangrijke eigenschappen helpen versnellen. Of, zoals één van de bedrijven het verwoordde, “Er gaat nu geen ras meer de deur uit zonder een bepaald resistentieniveau”. Dit was, kortom, wetenschap met een enorme maatschappelijke impact.

Ook voor de onderzoekers was de impactmeting een eye opener

De belangrijkste uitkomsten van deze impactmeting zijn opgenomen in een boekje1. Het is een hoopvol document geworden, dat inspirerende voorbeelden belicht van hoe wetenschap kan bijdragen aan het oplossen van maatschappelijke problemen. Het boekje is vorige maand tijdens de Grüne Woche door ‘topsector-boegbeeld’ Jaap Bond uitgereikt aan Minister Schouten. Ik hoop dat zij, temidden van de stikstofcrisis, de tijd heeft gevonden om het boekje te lezen. Zodat ze heeft gezien hoe wetenschap kan bijdragen aan de oplossing van maatschappelijke problemen. Nog mooier zou het zijn als zij een keer één van de promovendi uit het onderzoek tegen het lijf zou lopen. Ik weet zeker dat op de vraag “wat kun je daar nou mee?” een mooi gesprek zou volgen.

Clemens Stolk

(1) Het boekje is te downloaden op www.betterplants.nl.