Column

Landbouw zonder chemie?


landbouw zonder chemieEr is de laatste tijd weer veel te doen over gewasbescherming. Meestal gaat het dan over stoffen die verboden worden, of volgens sommigen verboden moeten worden, en anderen die daar weer tegen protesteren. Zo heeft de Europese Commissie afgelopen vrijdag na een jarenlange discussie besloten om drie neonicotinoïden in buitenteelten vrijwel per direct te verbieden1. Greenpeace blij, boeren boos. Of neem de al even lang lopende discussie over glyfosaat. Naast de wettelijke verboden waren laatst ook de bovenwettelijke eisen in het nieuws. Onder druk van NGO’s hebben Nederlandse retailorganisaties de nieuwe standaard PlanetProof vorige maand omarmd als ‘bodem’ in de markt2. Groenten en fruit die zij inkopen moet minimaal aan deze standaarden voldoen. Ook daarop is dan weer kritiek: NGO’s vinden de eisen niet ver genoeg gaan, boeren vinden dat er vanuit de retail wel iets tegenover mag staan nu zij aan steeds meer eisen moeten voldoen.

Gewasbescherming draait niet om het spuiten van chemie

Wat mij in deze discussies opvalt is dat ze niet de kern van de zaak raken. Gewasbescherming gaat niet in de eerste plaats over welke stoffen wel of niet gebruikt mogen worden. Gewasbescherming draait niet om het spuiten van chemie, en boeren spuiten niet omdat ze het leuk vinden. Gewasbescherming draait om het telen van een gezond gewas. Daarbij is chemische bestrijding het sluitstuk van een hele reeks aan maatregelen. Zoals: het kiezen van een ras dat resistenties bevat tegen belangrijke ziekten en plagen, het gebruik van gezond uitgangsmateriaal en goede hygiënemaatregelen, het kennen van de drempel waarboven gewasschade economische schade wordt, het scouten en monitoren van het gewas, en de inzet van natuurlijke vijanden. Chemie wordt alleen ingezet wanneer er geen andere opties meer voor handen zijn.

Maar precies daar zit tegelijk wel een probleem: in veel teelten is het aantal niet-chemische opties nog maar zeer beperkt. En als ze er wel zijn, zijn er vaak nog veel nadelen die toepassing in de praktijk in de weg staan. De alternatieven hebben bijvoorbeeld nog geen lange historie waarin ze hun waarde in de ogen van boeren hebben bewezen; ze zijn soms bewerkelijker of vergen meer kennis en begeleiding; en zoals bij veel nieuwe producten die nog niet kunnen profiteren van schaalvoordelen is de prijs vaak relatief hoog. Daar komt bij dat het verdienmodel voor de aanbieders van de alternatieve methoden het vaak nog moet afleggen tegen dat van de bestaande middelen, waardoor de capaciteit om te investeren in marketing of uitontwikkeling beperkt is.

In veel teelten is het aantal niet-chemische opties nog maar beperkt

Zitten we dan toch voor altijd vast aan een landbouw die afhankelijk is van chemie? Ik zie een aantal ontwikkelingen die wel eens voor een kentering kunnen zorgen. Ik zal er hier één uitlichten. Dankzij de digitalisering hoef je niet meer over een fijnmazig netwerk van dealers of teeltadviseurs te beschikken om telers te kunnen adviseren. Slimme apps op de mobiele telefoon kunnen gewasbeschermingsadvies op maat geven. Bovendien maakt de smartphone snel tweerichtingsverkeer mogelijk, en kunnen waarnemingen (bijvoorbeeld foto’s) door telers zelf benut worden voor advisering, maar ook als input voor een epidemiologisch model of beslissingsondersteunend systeem.

Aanbieders van IPM-maatregelen kunnen dit kanaal uiteraard benutten om hun product of dienst op een laagdrempelige, servicegerichte manier aan boeren aan te bieden. Nog mooier zou zijn als een aantal complementaire partijen dat gezamenlijk zou doen. Zodat je bijvoorbeeld als uienteler maar één app op je telefoon hoeft te downloaden om te weten uit welke rassen je kunt kiezen als je een ras zoekt dat resistent is tegen valse meeldauw, welke biostimulantia je gewas weerbaarder kunnen maken tegen bodempathogenen, en wanneer je steriele mannetjes van de uienvlieg moet inzetten. In deze benadering staat de boer centraal met zijn behoefte aan een gezond gewas, in plaats van het product dat je als individuele leverancier wilt verkopen. Zelfs Bayer houdt er rekening mee dat het in de toekomst geen herbiciden meer verkoopt, maar een onkruidvrij perceel3. Een ander mooi voorbeeld van deze denkrichting is de CROPROTECT app die in het Verenigd Koninkrijk is opgezet door Prof. Toby Bruce4.

In deze benadering staat de boer centraal met zijn behoefte aan een gezond gewas

Deze benadering vergt wel bundeling van informatie en kennis uit veel verschillende bronnen. Of, zoals ik Guido Sterk van IPM Impact onlangs hoorde zeggen: “Geïntegreerde gewasbescherming in de akkerbouw is zo complex dat het geen zaak zal worden van boeren zelf, maar van gespecialiseerde bedrijven”5. Zo’n gespecialiseerd bedrijf kan een gevestigde partij zijn, zoals een Agrifirm, maar ook een nieuwkomer die als een soort Uber van de landbouw krachten weet te bundelen. Wie het ook is, een partij die boeren wil helpen met hun geïntegreerde gewasbescherming staat voor de opgave om datastromen, kennis en producten van verschillende actoren samen te brengen. Actoren die elkaar moeten begrijpen en vertrouwen, gaan samenwerken en informatie en kennis delen. Hiermee valt of staat het succes van deze benadering.

Zo’n gespecialiseerd bedrijf kan ook een nieuwkomer zijn – de Uber van de landbouw

Maar… áls er een partij opstaat die erin slaagt om boeren zó te helpen met het toepassen van de beste IPM-maatregelen, dan ben ik ervan overtuigd dat dit van grote betekenis zal zijn voor een duurzame landbouw. Van veel grotere betekenis dan het zoveelste verbod op een middel.

Clemens Stolk

(1) https://www.nrc.nl/nieuws/2018/04/28/neonicotinoiden-eu-verbiedt-gebruik-van-3-bijenbestrijdingsmiddelen-a1601166
(2) https://www.trouw.nl/groen/het-nieuwe-keurmerk-voor-groente-en-fruit-kan-de-kwaliteit-gaan-verbeteren-maar-het-hoeft-niet~a45dd826/
(3) https://www.foodlog.nl/artikel/boer-kan-verdienen-aan-digitale-snelweg-maar-moet-uitkijken-boot-niet-te-mi/
(4) https://croprotect.com/ en https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC5111423/
(5) Lezing Guido Sterk bij congres “Landbouw zonder chemie – hoe dan?” d.d. 28 maart 2018 (Landbouw zonder chemie – hoe dan?)